We zijn er voor jou

Misschien werd jij meer dan tien jaar geleden slachtoffer van seksueel, fysiek of psychisch geweld of misbruik, of van verwaarlozing. In een instelling, een vereniging, een organisatie of ander verband. Misschien was een familielid of vriend slachtoffer van dergelijk misbruik of geweld. Mogelijk werkte je of deed je vrijwilligerswerk in een instelling of vereniging waar je feiten hebt opgemerkt die je destijds niet ten volle hebt begrepen of niet kon voorkomen. Het kan ook dat je zelf als kind misbruik of geweld hebt gezien op school, in een jeugdinstelling of een parochie waarvan je deel uitmaakte. Misschien ben je bestuurslid van een organisatie of club en vraag je je af of hoe je kan omgaan met misbruik van lang geleden. Mogelijk heb je zelf ooit feiten gepleegd waar je nog steeds mee in je maag zit.

Wat je ervaring ook is, wij luisteren.


We helpen jou

We luisteren. Zonder te oordelen of te veroordelen. Daarmee willen we jou de boodschap geven dat wat gebeurd is, niet hadden mogen plaatsvinden. Of dat (anders) gereageerd had moeten worden. We luisteren naar wat jij misschien hebt gedaan en de vragen die je hebt om misschien alsnog je verantwoordelijkheid op te nemen.

Samen bekijken we welke stappen we kunnen nemen. We leggen uit wat we kunnen (proberen), maar ook wat we niet kunnen. Over wat daarna gebeurt, heb jij altijd het laatste woord. Misschien is een gesprek genoeg. Misschien zijn er meerdere nodig. Misschien kunnen we je helpen met een doorverwijzing. Naar justitie, naar hulpverlening of naar lotgenoten. Jij beslist.

Misschien wil je een stap verder gaan en wil je dat we contact opnemen met de (vermoedelijke) pleger, als deze nog in leven is. Of wil je dat we de verantwoordelijken van de instelling of vereniging waar het misbruik plaatsvond aanspreken. Dan kan een dialoog volgen: beurtelingse gesprekken met de één en de ander, eventueel een gezamenlijk gesprek, of een uitwisseling van boodschappen of brieven. Alles kan, telkens op vrijwillige basis. De ervaring leert dat een dialoog in een vertrouwelijk, veilig kader, met respect voor de menselijkheid en waardigheid van elke gesprekspartner, tot openheid kan leiden en veel deugd kan doen.

Het verleden zal niet verdwijnen. De gevolgen van het misbruik of geweld ook niet. Maar we kunnen helpen om het voor jou een beetje draaglijker te maken.


Aan het woord

“Ik zat er al lang mee. Het was er altijd. Maar ik sprak er met niemand over, ook niet met mijn vrouw of vrienden. Toen, als kind, werd ik niet geloofd. Waarom zou iemand me dan nu, zoveel jaren later, wel geloven?”

“Tot ik zelf kinderen kreeg. Tot ze zelf de leeftijd kregen die ik toen had. Zo jong, zo onschuldig. Zij deden me beseffen dat ik, wat hij toen deed, nooit gewild had en wél erg vond, in tegenstelling tot wat hij beweerde. Dat gaf de doorslag om hulp te vragen. Ik kwam toevallig met de Commissie in contact en wist niet goed wat ik kon verwachten. Tijdens het eerste gesprek was ik bijna de hele tijd aan het woord. Ik had geen zin om te vertellen wat er precies gebeurd was, maar dat hoefde ook niet. Ze lieten me praten en stelden af en toe een vraag, waardoor ik zelf dingen begon te begrijpen. Zoals waarom ik op sommige situaties heel heftig kan reageren, waarom ik zo gefrustreerd ben over de job die ik doe, waarom mijn kinderen nooit op kamp mogen, waarom ik het moeilijk heb met bepaalde filmscènes…”

“Dat gesprek tolde nog lang na in mijn hoofd, waardoor ik er eindelijk ook met mijn vrouw over sprak. Ook voor haar vielen een aantal puzzelstukjes op hun plaats. De pleger was al lang overleden, maar ik wilde toch met iemand van de instelling spreken. Blijkbaar wisten ze daar wat die man had gedaan. Ze waren zelfs al door enkele slachtoffers gecontacteerd. Had ik dat eerder geweten! Tegenover mij hebben ze zich geëxcuseerd en ik heb het gevoel dat dat oprecht was. Ze waren er toen niet bij en zitten er nu ook mee. Het verandert niets aan wat gebeurd is, maar het heeft me toch wel deugd gedaan. Ik ben blij dat ik de stap heb gezet. Met een paar mensen rond mij kan ik nu zelfs al praten over wat er gebeurd is. Ik denk nog na over hulpverlening, of misschien ga ik eens naar een lotgenotengroep. Ik weet nu dat ik niet alleen ben. Dat ik er niets aan kon doen. Dat wat ik voel normaal is. Ondertussen kan ik het een beetje een plaats geven. Maar voorbij gaat het niet. Nooit.”

Deze getuigenis is fictief, maar gebaseerd op de reacties die we kregen bij de Commissie.